Pedagogisch Pact meets Expertisegroep Inclusiviteit!

IMG_2162

Onder het genot van een eigen boterham en heerlijke kop soep, wisselden zestien HR onderwijs-enthousiasten (uit diverse gelederen) onder andere hun AUW & WOW momenten uit als het gaat over inclusiviteit en pedagogisch handelen. Een ander groepje hield zich bezig met de vragen die zij hadden voor de toekomst als het gaat over inclusie en pedagogiek in onze hogeschool. En hoewel het derde clubje meer in ging op theoretische achtergronden, overeenkomsten en verschillen, bleken we het bij de plenaire afsluiting allemaal over hetzelfde te hebben gehad: “wat is goed pedagogisch en inclusief onderwijs en hoe geven we het vorm?”.

Mooi toch? Daar wil je de volgende keer gewoon ook bij zijn! 😉

 

Locatie ontmoeting Pedagogisch Pact & Expertisegroep Inclusiviteit

Donderdag 15 juni lunchen het Pedagogisch Pact en de Expertisegroep Inclusiviteit over de vragen:

Wat is het verschil tussen ‘gewoon goed lesgeven’ en ‘(inclusieve) pedagogiek’? Is er een verschil? Wat beoogt de Expertisegroep Inclusiviteit en wat wil het Pedagogisch Pact?

Ben je benieuwd hoe andere docenten hierover denken en hoe zij dit aanpakken? Kom dan naar onze gezamenlijke lunch op:

Donderdag 15 juni aanstaande, 12:00-13:30

Academieplein lokaal A03.029

Bekijk ook de eerdere aankondiging met nadere achtergrond informatie.

Voor een kop soep wordt gezorgd en je neemt zelf brood en een goed humeur mee 😉

Margo Pluijter, Gijs Verbeek en Monique van den Heuvel

Geef je op voor deze meetlunch bij Margo (g.c.pluijter@hr.nl) i.v.m. bestellen van de soep.

Voel je s.v.p. ook uitgenodigd als je vast voor Ramadan!

Pedagogisch Pact ontmoet: Expertisegroep Inclusiviteit

Wat is het verschil tussen ‘gewoon goed lesgeven’ en ‘(inclusieve) pedagogiek’? Is er een verschil? Wat beoogt de Expertisegroep Inclusiviteit en wat wil het Pedagogisch Pact?

Ben je benieuwd hoe andere docenten hierover denken en hoe zij dit aanpakken? Kom dan naar onze gezamenlijke lunch op:

Donderdag 15 juni aanstaande, 12:00-13:30

Academieplein lokaal A03.029

Onlangs verschenen een aantal uitingen die ingaan op de betreffende thematiek en hoe daar over wordt gedacht door HR-professionals. Bijvoorbeeld door Sofie Smeets (RBS):

“Sofie Smeets van de Hogeschool Rotterdam gaat in op de vraag van haar collega “Is dat nodig, aparte aandacht voor diversiteit?” Hoe zorg je ervoor dat elke leerling de aandacht krijgt die hij of zij verdient, ongeacht de culturele verschillen?

Vol enthousiasme vertelde ik een collega over mijn deelname aan de diversiteitswerkgroep van onze hogeschool. Hij reageerde echter terughoudend: “Is dat nodig, aparte aandacht voor diversiteit?” vroeg hij zich hardop af. “Een goede docent zorgt toch vanzelfsprekend voor diversiteit in de klas?” Ik kreeg de opmerking niet meer uit mijn hoofd en ik vroeg me af: wat is het verschil tussen ‘gewoon goed lesgeven’ en inclusieve pedagogiek?

Voor een hogeschool als die in Rotterdam waar ik werk, is diversiteit een gegeven: we zien een samenleving die in de afgelopen decennia sterk is veranderd, bijvoorbeeld naar godsdienst en culturele achtergrond van de bevolking wordt steeds meer divers. En we zien dat studenten met een niet-westerse achtergrond en studenten met een mbo-achtergrond minder succesvol zijn dan andere studenten. De verschillen zijn zo opvallend dat het niveau van de student niet alles verklaart. Er zijn verschillende redenen voor aan te wijzen, maar een cruciale factor is de relatie tussen student en docent.”

studenten_in_zaal

(Foto: Albert Herring)

“Toch ziet gewoon goed lesgeven een belangrijk punt over het hoofd, dat niet inclusief is en zelfs uitsluitend zou kunnen werken: niemand is neutraal. Als eerste is de docent niet neutraal. De docent is gekleurd door eigen ervaringen, voorkeuren, ideeën en overtuigingen. Hij is geen onbevooroordeeld notitieapparaat, maar handelt naar overtuigingen en aannames. Maar docent bepaalt meestal wat er in de les besproken wordt: wat goede kennis is, met welke de werkvormen dit behandeld wordt. Maar welke voorbeelden gebruikt hij in de les? Welke mensen staan er op foto’s in de PowerPoint, en welke kleur hebben ze? En vooral: hoe benadert hij verschillende studenten?”

Lees verder op: http://www.scienceguide.nl/201705/gewoon-goed-lesgeven.aspx

Ook collega’s Monique van den Heuvel (IvG) en Gijs Verbeek (IvL) lichtten onlangs hun motivatie en beweegredenen toe voor hun inzet voor meer aandacht voor “het pedagogische” in ons onderwijs:

“Monique van den Heuvel en Gijs Verbeek zijn initiatiefnemers van het Pedagogisch Pact. Een netwerk, opgericht in 2015, van collega-docenten van Hogeschool Rotterdam met passie voor het docentenvak, en in het bijzonder de pedagogiek. Het pact organiseert bijeenkomsten waarin de pedagogische dimensie van het onderwijs centraal staat. Want, “die dimensie van ons werk heeft naar ons idee te lang op de achterbank gezeten, en wij zijn voornemens dit te gaan veranderen”, menen Monique en Gijs. Hoe doen zij dat?”

hoe-doe-jij-dat_20-03-252717-760x500

Foto: Danny Bok.

“Wat was de aanleiding van de oprichting van het Pact?

M: ‘Dat komt voort uit een eerdere samenwerking met Gijs en Martijn Galjé, werkzaam bij het NIVOZ (Nederlands Instituut voor Onderwijs- en Opvoedingszaken – red.). We vonden dat het nodig was om meer aandacht te vragen voor de pedagogische dimensie van ons werk. We hebben destijds collega’s van de hogeschool uitgenodigd voor een eerste bijeenkomst van het Pact, met wie ik eerder gesprekken had gevoerd over verbinding, studenten en pedagogiek. Zonder morren heeft deze groep docenten avonden lang samen doorgebracht, in hun eigen tijd, op doordeweekse dagen. Dan is de behoefte aan gezamenlijke reflectie kennelijk groot binnen de hogeschool.’

G: ‘Onderwijs, en pedagogiek in het bijzonder, hebben alles te maken met het verstaan en begrijpen van de wereld zoals zij is. Met als doel nieuwe generaties in deze wereld ‘in te leiden’. Dit doen we niet met oogkleppen op of op de automatische piloot. Wij als docenten vinden daarvan iets, en willen studenten ook handvatten geven om de wereld om hen heen te begrijpen en vorm te geven. Deze ethische oriëntatie, en het ontbreken daarvan, is enerzijds een belangrijke aanleiding voor mij om hiermee bezig te zijn. Anderzijds zijn er maatschappelijk gezien een aantal ontwikkelingen en bewegingen die ons doen weg bewegen van ‘de menselijke maat’; de politiek polariseert in toenemende mate, en vaak zijn het efficiëntie, opbrengsten en allerhande instrumentele waarden die bepalen hoe we ons tot elkaar verhouden. Paul Verhaeghe beschrijft dit treffend in zijn boek Identiteit. Deze invloeden sijpelen uiteraard ook door in onze onderwijsinstituten. De hogeschool, en de lerarenopleidingen in het bijzonder, kan hierin niet passief blijven. Zij zou hier een kritische positie moeten innemen en haar verantwoordelijkheid moeten pakken. De urgentie ligt dus enerzijds in het bieden van weerstand aan ongewenste ontwikkelingen, en anderzijds in het terugbrengen en waarderen van een meer menselijke maat in het onderwijs.’”

Lees verder op: https://hoedoejijdat.hr.nl/2017/04/19/onderwijs-is-ingrijpen-in-het-leven-van-een-ander-verdiep-je-hierin/

Tot slot geeft ook collega Ivar Janssen (coördinator Powerplatform HR) zijn visie:

“Behandel je studenten die een laag cijfer halen anders dan studenten die hoog scoren? Laat je laatkomers merken dat je geïrriteerd bent? Uitsluitingsmechanismen komen onwillekeurig overal voor, ook in de klas. Ivar Janssen koppelde een opdracht aan een reguliere lesmodule waarbij studenten en docenten hierover met elkaar in gesprek gaan. En die iedere docent kan geven. Resultaat: een hoop aha-momentjes.”

Bekijk zijn interview op: https://hoedoejijdat.hr.nl/2017/03/07/betrek-jij-een-student-die-te-laat-komt-nog-bij-je-les/

 

Dus, ben jij benieuwd hoe andere docenten (en studenten) denken over goed onderwijs en (inclusieve) pedagogiek en hoe zij dit aanpakken en vormgeven in de praktijk? Lunch dan mee, donderdag 15 juni aanstaande 12:00-13:30 (ruimte wordt nog bekend gemaakt).

Voor een kop soep wordt gezorgd en je neemt zelf brood en een goed humeur mee 😉

Margo Pluijter, Gijs Verbeek en Monique van den Heuvel

Geef je op voor deze meetlunch bij Margo (g.c.pluijter@hr.nl) i.v.m. bestellen van de soep.

Voel je s.v.p. ook uitgenodigd als je vast voor Ramadan!

 

Impressie Pact #6; gezag

Verslag: Gijs Verbeek | Foto’s: Monique van den Heuvel

Pedagogisch Pact nummer 6 alweer, werd gehost door het Kenniscentrum Talentontwikkeling (KCTO) en dit instituut leverde dan ook de sprekers – inmiddels ook instituten in hun eigen recht – van deze avond: Wouter Pols & Joop Berding

Onder de uitdagende titel “Wie denk je wel dat jij bent”, luisterden de toehoorders vol ontzag naar hun analyse van het begrip gezag, waaronder door hen wordt verstaan de sfeer, cultuur & verhouding tussen studenten en docenten. Terloops ging het ook over – niet geheel onbelangrijk – de maatschappelijke positie van het docentenvak.

img_0584

Lector Ellen Klatter opende de avond en vertelde onder andere over het onderzoek pedagogical empowerment, waar naast zijzelf en Wouter Pols ook Monique van den Heuvel is bij betrokken. Binnen dat onderzoeksproject gaan docenten – uit het MBO – met elkaar onder deskundige begeleiding in gesprek over de omgang met studenten en de verschillende en mogelijke reacties daarop.

Vaak komen daarbij de thema’s gezag en macht ter spraken. Een van de opvallende uitkomsten van deze gesprekken is het besef of de constatering dat de student ook iets heeft te zeggen. De student wordt tijdens die trajecten in toenemende mate gezien en ervaren als actor.

Als huiswerk kregen de bezoekers van deze pactbijeenkomst de opdracht om de registratie van de gelijknamige lezing tijdens de NIVOZ/hetkind Onderwijsavond te bekijken; Joop en Wouter zouden aan de hand hiervan hun verhaal verder uitdiepen.

Onderwijsavond Joop Berding en Wouter Pols in Driebergen: Over gezag van leraren from HETKIND.ORG on Vimeo.

Het begrip gezag heeft in de afgelopen tijd een negatieve betekenis gekregen; maar volgens de sprekers is dit onterecht…

… volgens ons [Berding & Pols, red.] kunnen we niet om het begrip van gezag heen. Het is een essentieel onderdeel onderwijs en opvoeding.

Als roeping zien Berding en Pols voor henzelf dan ook een taak weggelegd in het “revitaliseren van oude denkers”, zoals zij dat zelf noemen. Resultaat hiervan moet zijn een pedagogiek voor nu; het gaat dus om het “bij de tijd brengen” van oude(re) bronnen.

Belangrijke bron hierbij is filosofe Hannah Arendt:ped-pact-13feb2017-wie-denk-jij-wel-dat-je-bent-defdef-1Uiteindelijk is het doel van deze avond – en indirect dus ook van deze impressie – het gezag uit de eigen praktijk te betrekken en te onderzoeken.

Gezag van de docent wordt door Berding en Pols ook opgevat als het gaan staan voor de wereld, de docent moet geautoriseerd zijn. Het is de taak van de docent om studenten te laten kennismaken met… de wereld.

Dat betekent ook gaan staan voor het vak dat je geeft, gaan staan voor wat je overdraagt, ook buiten de lesstof.

Hoewel gezag grotendeels is verdwenen uit de huidige samenleving, moeten wij daar als leraren wel iets mee.

ped-pact-13feb2017-wie-denk-jij-wel-dat-je-bent-defdef-1-1

Samenvatting / hoofdlijnen lezing Berding & Pols; Gezag

De docent die vooral technisch bezig is; het is volgens Berding en Pols een indicatie van de leegte van het gezag. Evenzogoed moeten lerarenopleidingen zich dat aantrekken en aanrekenen, met de huidige nadruk op het hele “competentie-denken”, waarbij bijvoorbeeld de pedagogische dimensie slechts wordt opgevat als “een van de jongens”; terwijl het hèt fundament vormt waarop alles staat of de paraplu waaronder alles hangt.

Begrijp de heren echter niet verkeerd, de analyse en het antwoord dat zij daarop geven is geen pleidooi voor het herstellen van autoritair gezag. Nee, eerder moet het worden opgevat en gezien in termen van dialogisch gezag (in lijn met dialogisch onderwijs, waarnaar Pols eerder onderzoek deed, lees bijvoorbeeld hier.).

Phronesis (kan worden opgevat als praktijk-kennis) moet daarom meer centraal komen te staan. In plaats van 21st century skills zouden we moeten spreken in termen van pedagogische deugden; geduld hebben, vertrouwen hebben, arrangeren. Het komt neer op mensenwerk en is altijd voorlopig.

Docent zijn is met andere woorden kunst bedrijven. Het gaat hier over Ethos; de houding die je tegenover kinderen aanneemt “… en mislukken hoort daarbij”.

Aan de hand van twee fragmenten uit de documentaire serie Are Our Kids Tough Enough worden we uitgedaagd het begrip gezag te (her)zien.

Sophie en classroommanagement skills

De vragen die Pols en Berding ons aan de hand hiervan stellen: Als we kijken naar de relatie tussen de docent en de studenten. Welke relatie heeft zij? Kunnen we hier spreken over gezag? Wat maakt het dat het er is, of afwezig is?

Het betreffende fragment start op 14:10 in bovenstaande registratie.

De docent spreekt over “classroom management skills” en geeft aan dat dit is the most challenging part of teaching.

Reacties uit de zaal:

  • Verbinding leggen, relatie leggen met de studenten. Aansluiten bij de belevingswereld. Niet slechts zakelijk de stof uitleggen.
  • Hoge verwachtingen met betrekking tot de verwachtingen van de studenten.
  • Gezag op basis van docentschap & kennis van het vak. “Ik weet het, jullie weten het niet.”
  • Brug slaan tussen “wetendheid” en onwetendheid.
  • Wat zijn de verwachtingen van de school met betrekking tot het onderwijs. School geeft haar gezag; studenten doen dat niet. Belevingswereld studenten en school verschilt klaarblijkelijk.
  • Slechts autorisatie op technisch didactische benadering.
  • Cultuurverschillen spelen mee; Oosten versus Westen. Traditie & gezag versus ‘wij betalen hiervoor’-houding.
  • ‘Stof laten spreken’.
  • Wat kunnen we zeggen over de verhouding van de docent tot het hier en nu?
  • Is het een slechte docent in dit voorbeeld?
  • Als je de hele documentaire bekijkt zie je dat de docenten spreken met elkaar over hoe het gaat.
  • Wat is de verhouding tussen deze individuele klas/les en de rest van de school?
  • Er is hier sprake van vorm en inhoud. Enerzijds is er de legitimering van de schoolleiding, maar van afstemming lijkt geen sprake te zijn. Strategische overwegingen lijken bepalend te zijn geweest. Het gaat om bruggen slaan middels een transparant proces. Een brug slaan tussen de beide werelden van de studenten en de school.
  • Als we Arendt volgen; volgens haar is de docent op dit moment in een onmogelijke situatie; hij kan zich niet meer beroepen op het verleden, noch op de toekomst.
    Onderwijs gaat dus over participeren. Docent marginaliseert de student Sophie – ze zet haar feitelijk (letterlijk) buiten spel.
  • Symbolische ordes verschillend aan elkaar. Dit veronderstelt overbruggen. Nu botsen ze met elkaar. Chinese symbolische orde veronderstelt bruggen slaan. Kunst die je met vallen en opstaan kunt leren.
  • Student wil actor zijn, als actor willen verschijnen. Studenten willen meedoen.
  • Sessie mbo leren. Student leren als actor te zien. Waarom werkt deze manier van werken in China wel? Studenten, en leraren zijn ingebed in dezelfde symbolische orde. Maar er kan ook een kanttekening worden geplaatst: grootste aandeel zit ‘m in het huiswerk, niet zozeer in de les.
    Collectief (Oosten) versus het individu (Westen).
  • Dialogisch gezag; toelichting Joop: praten met elkaar over wat we als docenten belangrijk vinden? Vragen we naar elkaars motieven. Wat vind jij belangrijk; hoe zou je dat kunnen realiseren. Laissez faire versus autoritair?
  • Macht en gezag; het gaat niet over dwingen, maar over meenemen. Je als gids kunnen opstellen in die nieuwe wereld. “heel waardevol om mee te nemen”. Daarvoor is het nodig geautoriseerd te worden als docent.
    Docenten worden vaak wel geautoriseerd door de school en het management; maar niet studenten. Autoriseren is een relationeel begrip.
    Studenten verschijnen binnen de context van het vak; als “goede rekenaar” of “goede muzikant”. Wederzijdse erkenning binnen de relatie is noodzakelijk.
  • Dat geldt evenzogoed ook voor ouders daar moet ook sprake zijn van wederzijdse erkenning & autorisering.

img_0581

Tweede fragment: glansrol voor Joe de student

Hoe slaat de docent een brug met de studenten? Wat kun je zeggen over de gezagsrelatie met de studenten?

Het betreffende fragment start op 1:02:20 in bovenstaande registratie.

Reacties uit de zaal:

  • Cadeau gegeven. Er ontstaat ook communicatie… “er wordt iets mee gedaan”.
  • Zelf-ontdekkend leren.
  • Hij zegt ook pedagogische dingen; “we wachten wel af”; “hij geeft vertrouwen”; “misschien zien ze het nu niet, maar later wel”; “aandacht, docent goochelt ermee”; aandacht geven. De beste man heeft aandacht gegeven aan het cadeau.
  • Leerstof heeft niet meer automatisch gezag. Er is eerder sprake van een triadische relatie, de lesstof moet een trigger voor studenten zijn om actief te worden.
  • Docent probeert relaties te leggen.
  • Proces lijkt centraal te staan.
  • Als hij bezig is komen de pedagogische deugden vanzelf naar voren.
  • Opleidingen zelf zijn steeds technischer geworden. Ik heb het zelf zien gebeuren [Pols, red.]. Hebben we het gehad over relaties leggen?; hebben we het gehad over wat er belangrijk is?
    We hebben het niet (gehad) over het fundament, het ethos van de docent.
  • In hoeverre zit het in het systeem gebakken? Zijn we niet op zoek naar een nieuwe collectiviteit?
  • Common sense is weg (Arendt); dat zou via gesprek opnieuw tot stand moeten (kunnen) komen; een gesprek tussen en met ouders, en leraren onder elkaar.
  • Cellulaire bestaan doorbreken en meer gemeenschappelijkheid tot stand brengen.
  • Niet alleen onderling, maar ook met ouders.
  • Er zijn ook ouders die zeggen: “wie denk jij wel dat je bent”.
  • Focus binnen onderwijs, zaakvakken, niet zozeer wanneer wordt/ben ik een beter mens? Daarvoor [de zaakvakken, red.] zijn de docenten naar hier gehaald.
  • Betekenissen; de betekenis van de mens als actor valt weg binnen nadrukken op zaakvakken.

En met deze laatste reacties uit de zaal kwam er een eind aan deze avond pedagogische tact.

Nu is het ook aan ons, als lezers, om deze twee fragmenten te verbinden – ons te laten uitdagen – met onze eigen praktijk om te kijken wat we kunnen leren van de aldus ontstane frictie over de betekenis en het belang van het begrip ‘gezag’ in onze verantwoordelijkheid als hbo-docent, of lerarenopleider…

img_0590

Pact ontmoet Kenniscentrum Talentontwikkeling over Gezag!

Ontmoeting Pedagogisch Pact

‘Wie denk jij wel dat je bent?!’

Vandaag de dag gaat het om competente leraren. Leraren mogen pas het onderwijsveld betreden als ze niet alleen hun startcompetenties hebben bewezen, maar daarna ook bereid zijn aan hun deskundigheid te blijven werken. Het gezag van de leraar doet er ogenschijnlijk niet meer toe. De vraag is of hiermee niet iets essentieels over het hoofd wordt gezien.

Graag nodigen wij je uit voor de Ontmoeting Pedagogisch Pact: ‘Wie denk jij wel dat je bent?!’ op maandag 13 februari. Het Pedagogisch Pact gaat deze avond in gesprek met Wouter Pols en Joop Berding (beiden Kenniscentrum Talentontwikkeling en Pact-leden) over of en hoe een bij-de-tijdse opvatting over het gezag van de leraar mogelijk is. Zij brengen daartoe een aantal klassieke pedagogen zoals Korczak, Dewey, Meirieu en andere denkers zoals Arendt en Lacan in stelling.

Programma

Vanaf 18:00: Inloop Inclusief broodmaaltijd voor degenen die zich aangemeld hebben

19:00: Welkom door Ellen Klatter, lector Versterking Beroepsonderwijs en lector Studiesucces, KcTO

Pedagogisch Pact in gesprek met Wouter Pols en Joop Berding

Bekijk ter voorbereiding de integrale opname van de NIVOZ-lezing van Wouter en Joop.

Onderwijsavond Joop Berding en Wouter Pols in Driebergen: Over gezag van leraren from HETKIND.ORG on Vimeo.

21:00 Afsluiting

Details & informatie

Datum: Maandag 13 februari

Locatie: Hogeschool Rotterdam – locatie Museumpark, Museumpark 40, 3015 CX Rotterdam

Zaal: Symposiumzaal – MP.H.01.093

Kosten deelname: Geen kosten; vooraf aanmelden is wel noodzakelijk.

Pact op podium HR Onderwijsparade!

“De pedagogische dimensie van ons werk heeft naar ons idee te lang ‘op de achterbank gezeten’; wij willen dit veranderen.” (Blog Pedagogisch Pact)

Het Pedagogisch Pact richt zich op het betrekken van meerdere docenten en teams bij de pedagogische dimensie van het hoger onderwijs. Docenten die deelnemen aan de HR Onderwijsparade betrekken we in onze workshop bij de verkenning van de verschillende pedagogische ideeën die in de loop van de tijd zijn ontstaan. Collega-docenten zijn uitgenodigd samen dat bewustzijn te ontwikkelen en handen en voeten te geven in de praktijk.

Centraal in deze workshop staat het stellen van pedagogische vragen aan elkaar. Het ‘pedagogische’ betekent volgens ons in praktische zin, de ‘menselijke maat terug in onderwijs’, en oog voor ‘de mens achter de student’. We stellen onszelf dan ook regelmatig vragen als:

Doen we wat we zeggen en zeggen we wat we doen? Wat blijft er van ons vak over als we de vakkennis eruit halen? Zijn we vakmens of docent? En last but not least: hoe belangrijk zijn de studenten voor ons?

Ontmoet het Pedagogisch Pact ook op de HR Onderwijsparade, die dit jaar plaatsvind op donderdag 12 januari 2017. Hou voor de locatie HINT in de gaten. Aanmelden kan hier.

Bekijk ook de after-movie van de vorige editie:

Na de onderwijsparade is er een diner, en aansluitend de onderwijsfilm ‘Most likely to succeed

Most Likely to Succeed Trailer from One Potato Productions on Vimeo.

“De twijfel in de zoektocht naar nieuw onderwijs maakt de school een verademing in een onderwijsveld dat soms in twee kampen verdeeld lijkt: zij die hun kop in het zand steken en halsstarrig vast blijven houden aan de traditionele onderwijspraktijk en zij die met hun kop in de wolken blijven en voorbijgaan aan de succesfactoren van het traditionele onderwijs. Het maakt Most Likely To Succeed een documentaire die iedereen die zich afvraagt hoe ons onderwijs er in de toekomst uit zou kunnen zien, gezien moet hebben”, aldus Johannes Visser (Bron: De Correspondent).

Pact buigt zich over Gezag

Vandaag de dag gaat het om competente leraren. Leraren mogen pas het onderwijsveld betreden als ze niet alleen hun startcompetenties hebben bewezen, maar daarna ook bereid zijn aan hun competenties te blijven werken. Het gezag van de leraar doet er ogenschijnlijk niet meer toe; het gaat om zijn of haar competenties. De vraag is of hiermee niet iets essentieels over het hoofd wordt gezien.

Het startpunt voor hun verhaal over het gezag van de leraar is het volgende citaat van Hannah Arendt:

“De kwalificatie van de leraar bestaat erin dat hij de wereld kent en anderen daarover kan onderrichten, maar zijn gezag berust op het feit dat hij verantwoordelijkheid voor die wereld opneemt. Het is alsof hij tegenover het kind alle volwassen bewoners van de wereld vertegenwoordigt; hij legt de dingen uit en zegt tot het kind: dit is onze wereld” (uit: ‘De crisis van de opvoeding’)

Het Pedagogisch Pact gaat deze avond in gesprek met Wouter Pols en Joop Berding (beiden Kenniscentrum Talentontwikkeling en Pact-leden) over of en hoe een bij-de-tijdse opvatting over het gezag van de leraar mogelijk is. Zij brengen daartoe een aantal klassieke pedagogen zoals Korczak, Dewey, Meirieu en andere denkers zoals Arendt en Lacan in stelling.

Onderwijsavond Joop Berding en Wouter Pols in Driebergen: Over gezag van leraren from HETKIND.ORG on Vimeo.

Maandag 13 februari; 18:00 – 21:00 (start programma: 19:00); inclusief broodmaaltijd!

Aan deelname zijn geen kosten verbonden, vooraf aanmelden is wel noodzakelijk!

Aanmeldformulier volgt na de kerstvakantie. Zet de datum wel alvast in je agenda!

Het ‘stille weten’ van de mbo-leraar

Tekst: Wouter Pols (Kenniscentrum Talentontwikkeling, Hogeschool Rotterdam) i.s.m. Ellen Klatter en Monique van den Heuvel.
Gepubliceerd in Didactief op 28 juli 2016.


Mbo-leraren hebben te maken met een complexe doelgroep. Regelmatig staan ze voor het blok en weten ze: nu moet ik wat doen. Hoe gaan ze om met die pedagogische momenten? Wouter Pols ging met ze in gesprek om dat te achterhalen.
Onderwijs is complex. Nergens anders wordt dat duidelijker dan in het middelbaar beroepsonderwijs waar jongeren worden opgeleid tot vakbekwame en verantwoordelijke beroepsbeoefenaars. De vraag is: hoe brengen mbo-leraren hun complexe, pedagogische opdracht in de praktijk? Om dat te weten te komen, hebben wij zes gesprekken met mbo-teams gevoerd, een van het ROC de Leijgraaf en een van da Vinci.

Pedagogisch moment

Alle twaalf gesprekken hebben een ‘pedagogisch moment’ als thema: een moment waarop een leraar een beslissing moet nemen, soms met, maar meestal zonder veel reflectietijd. Het gaat steeds om concrete gebeurtenissen: voorvallen in een bepaalde klas, met een bepaalde groep leerlingen, en vanzelfsprekend: met de leraar die het voorval inbrengt. En daarmee staat in de gesprekken niet het algemene centraal, maar het bijzondere. Het bijzondere van het voorval wordt door de leraar ‘opgehaald’: hij vertelt het aan zijn collega’s, die meestal zelf ook de klas kennen.

Dat ‘bijzondere’ bestaat uit ervaringen die de leraar met een klas heeft opgedaan. Hij brengt ze onder woorden en de gespreksleider vraagt door. Hij is daarbij gericht op de zaak waar het in de ‘opgehaalde’ ervaringen om gaat: de pedagogische opdracht waar de leraar voor staat. De vragen van de gespreksleider zijn erop gericht om de betekenis ervan nader te verkennen. Dat doet hij allereerst met de leraar zelf. Hij vraagt wat hij heeft ervaren, wat hij gedaan en daarbij gedacht heeft. Daarna betrekt hij ook de andere leraren erbij. Hij vraagt hen zich in de situatie van hun collega te verplaatsen en zich af te vragen wat zij in zo’n situatie ervaren, gedaan en gedacht zouden hebben.

De voorvallen die ter sprake komen, hebben, zoals gezegd, een pedagogisch moment als uitgangspunt. Het is het moment dat de leraar beseft: nu moet ik wat doen. Op zo’n moment balt als het ware ‘dat waar de leraar voor staat’ zich samen; hij moet nú een beslissing nemen. De Nederlands-Canadese pedagoog Max van Manen (2015, zie ook Didactief, oktober 2014) schrijft: ‘Het pedagogisch moment is precies dat ogenblik in een pedagogische situatie of relatie, waarop een pedagogisch actie nodig is’ (2015, p. 21). Van Manen voegt er aan toe dat daar geen ‘specifieke regels’ of ‘principes’ voor zijn. Je moet ‘de juiste toon weten te treffen’. Er is, kortom, tact voor nodig. Het gaat hier om een ‘pedagogisch aanvoelen’, om ‘pedagogische intuïtie’; je kunt het ‘stil weten’ noemen (Pols 2016).

Met de gesprekken proberen we het ‘stille weten’ van mbo-leraren naar boven te halen. Met elk gesprek komen weer andere, met elkaar samenhangende thema’s naar boven; zo ontstaat er gaandeweg een pedagogisch betekenisnetwerk. Aan het eind van de gesprekscyclus schrijven we dat netwerk uit en leggen we het aan de leraren voor. Tot nu toe herkenden de leraren zich erin: ja, daar gaat het bij ons om, ja, zo staan we inderdaad in ons werk.

Pedagogiek van het mbo

Wat behelst dat ‘stille weten’, wat zien mbo-leraren als hun pedagogische opdracht?
Die opdracht blijkt, zowel bij het team van de Leijgraaf als dat van da Vinci, in het teken te staan van actorschap. De leerling moet actor kunnen zijn. Beide teams willen de leerling aanzetten tot een actieve, volwassen beroepshouding van waaruit hij of zij de verantwoording neemt voor de eigen ontwikkeling.

Voor vakmanschap is vakkennis nodig; die reikt de opleiding aan. Waar het echter om gaat is dat de leerling de vakkennis zelfstandig gaat ‘oppakken’, er wat mee gaat doen, er verder mee gaat. Om dat te bereiken, moet de school een ‘veilige haven’ zijn, een veilig klimaat hebben waar de leerling de ruimte krijgt (en soms ook de tijd) om zijn beroepshouding en vakmanschap te ontwikkelen. Maar dat is niet voldoende.

Je hebt, zo zeggen de leraren, ook een goed samenwerkend, pedagogisch team nodig: leraren die – met elkaar, maar ook elk afzonderlijk – oog hebben voor de ontwikkelingsmogelijkheden van hun leerlingen en zich daaraan weten aan te passen. Je moet je leerling steeds weer als actor aanspreken en erop vertrouwen dat die – ook al gaat het met vallen en opstaan – de regie over zichzelf kan gaan voeren. Dat is de reden dat de leraren de dialoog met hun leerlingen zo belangrijk vinden. Via de dialoog dragen ze kennis over, laten ze zien hoe je met bepaalde materialen kunt werken, maar doen ze ook een appèl op hun leerlingen: zelfvertrouwen te hebben, zelf te gaan leren en zelf de verantwoording voor het leren op zich te nemen.

Literatuur:
Klatter, E. (2015). Professionele identiteit in perspectief. Intensieve relaties voor ijzersterk beroepsonderwijs. Rotterdam: Hogeschool Rotterdam. Link
Manen, M. van (2014). Weten wat te doen wanneer je niet weet wat te doen. Pedagogische sensitiviteit in de omgang met kinderen (G. Bors, vert.). Driebergen: Nivoz (oorspronkelijk Engels). Link
Pols, W. (2016). In de wereld komen. Een studie naar de pedagogische betekenissen van opvoeding, onderwijs en het leraarschap. Antwerpen/Apeldoorn: Garant. Link
Smith, J.A., Flowers, P. & Larkin, M. (2009). Interpretative Phenomenological Analysis. Theory, Method and Research. London: Sage Review_1 Review_2


Dit artikel verscheen eerder bij Didactief.

Didactief_Berding_VdHeuvel